Vitamine D

 

Vitamine D

Vitamine D vormt een groep vetoplosbare stoffen, die voorlopers zijn van hormonen. De belangrijkste vormen zijn vitamine D2 en vitamine D3. Vitamine D2, calciferol of ergocalciferol, is aanwezig in plantaardige voeding, kaasschimmels en paddenstoelen. Het kan niet door het menselijk lichaam worden geproduceerd.
Vitamine D3 bevindt zich in voedingsmiddelen van dierlijke oorsprong en kan in de huid van de mens worden gevormd onder invloed van de zon.
Vitamine D3 is een prohormoon, omdat het pas na omzetting in de lever en de nieren wordt omgezet in de actieve vorm, calcidiol. Het lichaam houdt de voorraad calcidiol opgeslagen in de lever en in het lichaamsvet.
In het begin van de 19e eeuw nam de landarbeid af en namen de werkzaamheden in fabrieken en bedrijven toe. Een groot deel van de bevolking ontwikkelde, door gebrek aan buitenlucht, een vitamine D-tekort. Bij kinderen uit dit zich in botontkalking, rachitis.
In de 50er jaren kregen alle kinderen gedurende de wintermaanden levertraanolie. Dit gebruik is verdwenen en zeer veel mensen in Nederland hebben een groot deel van het jaar een ernstig gebrek aan vitamine D.

Bloedonderzoek
Het is aan te bevelen dagelijks vitamine D3 in te nemen, daar een tekort tal van chronische aandoeningen veroorzaakt. Niet iedereen heeft evenveel vitamine D nodig. Ook is er een sterke wisseling per seizoen. Om te bepalen hoeveel vitamine D men nodig heeft, wordt het bloedgehalte bepaald.
Tot zeer recentelijk achtte de Gezondheidsraad voor volwassenen 30 nmol/l in het serum voldoende. Voor ouderen stelt de raad dit gehalte op 50 nmol/l.
Op basis van onderzoek aan de Universiteit van Groningen blijkt dat alle volwassenen spiegels van 80 nmol/l nodig hebben. Het NTVG publiceerde in 2010 dat de spiegels minimaal 75 moeten zijn.
Een vitamine D-spiegel van minimaal 95 nmol/l vermindert significant de kans op een acute luchtweginfectie gedurende de herfst- en winterperiode in de gematigde klimaatzone. Dit blijkt uit een cohortstudie. In de winter van 2009/2010 werd bij 198 personen de vitamine D-status bepaald. Het blijkt dat een lichte huidskleur, laag lichaamsgewicht en vitamine D-suppletie leidde tot een hogere vitamine D-concentratie. Vervolgstudies zijn nodig om het effect van suppletie te onderzoeken bij virale infecties zoals griep en bij hoogrisicogroepen waaronder zwangere vrouwen, allochtonen en personen met overgewicht.

Receptoren
De ontdekking dat de cellen in het lichaam vitamine D-receptoren hebben en 25-hydroxyvitamine D3 kunnen omzetten in de actieve vorm geeft nieuwe inzichten in de functie van deze vitamine. De stof speelt een grote rol bij het verminderen van chronische ziekten zoals bepaalde vormen van kanker, auto-immuunziekten, infectieziekten en hart- en vaatziekten. De vitamine D-spiegels van het bloed waren lager bij patiënten met de ziekte van Crohn. Vitamine D speelt een rol in de botdichtheid. Een hoge dosis vitamine D en calcium verminderen het risico op een heupfractuur, vooral bij oudere patiënten.

Ned Tijdschr Geneeskd. 2010;154:A1810 Gepubliceerd op: 16-11-2010
Citeer dit artikel als:
Stand van zaken
Nieuw licht op vitamine D, Herwaardering van een essentieel prohormoon
Jos P.M. Wielders, Frits A.J. Muskiet en Albert van de Wiel

  • Vitamine D-tekort wordt niet langer alleen maar gerelateerd aan het optreden van osteomalacie, rachitis en osteoporose. Er bestaat een causaal verband met de spierfunctie en met het functioneren van ons afweersysteem.
  • Daarnaast zijn lage vitamine D-serumwaarden geassocieerd met een verhoogd risico op auto-immuunziekten en diverse typen maligniteiten, zoals prostaat-, colon- en borstkanker.
  • Dit heeft geleid tot discussie over de optimale serumconcentratie en aanpassing van de aanbevolen vitamine D-suppletie.
  • Er lijkt in Europa voor 25-hydroxyvitamine D consensus te ontstaan over een minimumwaarde van 50 nmol/l en een streefwaarde van 75 nmol/l in het serum.
  • Voor bejaarden en allochtonen geldt dat de meerderheid deficiënt of ernstig deficiënt is, waarbij correctie met een stootkuur vitamine D overwogen moet worden.
  • Alertheid op een vitamine D-tekort is met name geboden bij onbegrepen spierklachten of -zwakte en bij patiënten uit de risicogroepen, zoals ouderen, allochtonen, chronisch zieken, ‘binnenzitters’, bij veelvuldig gebruik van zonnebrandcrème en patiënten met ernstig overgewicht.

 

Dank voor uw belangstelling voor onze review en uw suggestie ten aanzien van de oorzaak van de lagere calcium-inname van niet-westerse allochtonen. Het verdwijnen van de lactase-activiteit op jonge leeftijd in de meerderheid van de niet-westerse allochtonen is wellicht onvoldoende bekend. Inderdaad is dit fenomeen belangrijk als achtergrond voor een veel lagere calcium-inname ten opzichte van de West- en Noord-Europeanen, die wegens persisterende lactaseactiviteit in staat zijn om ook op volwassen leeftijd relatief veel lactose-bevattende zuivelproducten te consumeren. Echter niet alleen de inname van calcium, maar ook de balans tussen calcium, PTH en vitamine D is van belang en ook daarin zijn raciale verschillen beschreven. Mensen van Afrikaanse afkomst hebben een hogere botdichtheid en een lager risico op osteoporotische fracturen. Ze blijken efficiënter met hun calcium om te gaan dan Kaukasiërs, door een betere calcium-opname in de darm, een betere conservering van calcium in de botten en een betere calcium-reabsorptie in de nieren.
Voor de niet-westerse allochtoon met een donkere huid en mogelijk een lage lactase-activiteit blijft de boodschap om middels vitamine D-suppletie (of zonexpositie) en calcium (zo nodig uit andere bronnen dan zuivel) hun vitamine D en calcium-voorraden op peil te houden.

 

 

Pagina Top arrow