Schimmelinfecties, het "Candidasyndroom"

 

zie ook www.MGlab.nl

De helft van de mensen die mij raadplegen, vermelden tijdens het eerste gesprek: "ik heb Candida".

Hiermee wordt aangegeven dat zij (menen) een schimmelinfectie (te) hebben en wel de schimmel Candida albicans.

Deze verkondiging roept twee vragen op:

1. Hoe is dat vastgesteld?

2. Waar bevindt deze schimmel zich?

Hoe is deze infectie aangetoond?

Schimmelinfectie van de huid en vagina kunnen door microscopisch onderzoek worden vastgesteld. In de reguliere geneeskunde wordt de aanwezigheid van Candida in de darm als iets onschuldigs beschouwd en niet als een ziekte.

In alternatieve kringen herkent men een syndroom waarbij in het hele lichaam schimmels aanwezig zouden zijn. De schimmels zouden voornamelijk in het bloed aanwezig zijn.

Er worden in de praktijk verschillende diagnostische mogelijkheden gebruikt om Candida aan te tonen:

a. Al meer dan 20 jaar wordt de diagnose vastgesteld via een scoreformulier. De Amerikaanse arts Dr. William Crook heeft een vragenlijst samengesteld. Aan iedere vraag zijn punten verbonden: hij gaat er van uit dat mensen met hoge scores aan Candida lijden.

b. Een veel voorkomende vorm van diagnostiek is de levend bloedanalyse. In een druppel bloed zijn volgens de beoefenaars van deze diagnostiek schimmels waar te nemen.

c. Kinesiologie, bioresonantie, Vega en andere energetische meetmethoden.

Interessant is dat de reguliere medische wereld voorbij gaat aan het "Candidasyndroom". Niet doordat het bestaan van Candida albicans in het lichaam wordt ontkend, in tegendeel, schimmelinfecties vormen een belangrijke doodsoorzaak op de intensive care afdeling.

Candida

Ikzelf heb jaren lang mensen behandeld voor het Candidasyndroom, waarbij ik de diagnose stelde met behulp van de vragenlijst en energetische meetmethoden.

Candida albicans in het bloed is echter een ernstige aandoening. Dit verschijnsel komt voor bij kinderen met immuundeficiënties, leukemie en diabetes. Uit gesprekken die ik in 1991 met het hoofd van de bloedbank van Amsterdam had, bleek dat een positieve bloedkweek op schimmel een zeldzaam verschijnsel is. Slechts 1 op de 100.000 bloedkweken kon groei van Candida in het bloed aantonen.

Ik had een opleiding gevolgd in de levend-bloedanalyse en werd geconfronteerd met zeer uiteenlopende meningen. Aan de ene kant de scorelijst en de levend bloedanalyse, waarbij het wel lijkt alsof "iedereen" schimmels in het bloed heeft. Aan de andere bleek, dat wanneer er in zeldzame gevallen door een kweek aangetoond wordt dat er werkelijk schimmels in het bloed aanwezig zijn, men ernstig ziek te zijn zelfs aan de infectie te kunnen overlijden.

Nu ik betwijfelde dat onze "Candida"patiënten wel schimmels in het bloed hadden, vroeg ik mij af hoe schimmels in het bloed terechtkomen.

Hiermee zijn wij bij de tweede vraag aangekomen: waar zijn de schimmels aanwezig?

De meest voor de handliggende plaatsen zijn:

1. Huid en nagels.

2. Vagina.

3. Darm, ook mond en slokdarm.

Huid, nagels, mond en anus leveren niet veel diagnostische problematiek op.

De reguliere geneeskunde erkent en behandelt natuurlijk ook schimmelnagels en vaginale schimmelinfecties.

Het onderwerp dat ter discussie overblijft is de darm. Men kan door analyse van ontlasting schimmels en Candida albicans aantonen.

De meest gehoorde opmerking over schimmels in de darm is: iedereen heeft schimmels in de darm. Ik hoor dat zowel uit de reguliere als alternatieve hoek.

Deze uitspraak blijkt niet waar te zijn. Ik laat al meer dan 10 jaar ontlastinganalyses maken, ook door officiële laboratoria zoals het laboratorium van de GG&GD te Amsterdam. Men kan op 2 verschillende manieren Candida aantonen. Eén manier is een directe waarneming onder een speciale microscoop. Het laboratorium van de GG&GD heeft een fluorescentie microscoop. Het leuke is dat onder fluoriderend licht gisten en schimmels zichtbaar worden. Ik laat verse ontlasting onderzoeken en op deze wijze kan men waarnemen dat er meestal helemaal geen schimmels in de ontlasting aanwezig zijn.

Wanneer er wel witte bolletjes worden gezien, kan men door de microscoop niet het verschil zien tussen Candida en een gist. Het verschil wordt pas zichtbaar wanneer men kweekt.

De 2de manier om Candida in de ontlasting aan te tonen is dus de kweken.

De voorstanders van de levend bloedanalyse nemen 2 zaken voor waar aan:

1. Bolletjes in het bloed zijn schimmels en niet gist.

2. Candida uit het bloed is niet te kweken. Zij zeggen dat omdat, zoals gezegd, men uit het bloed maar zeer zelden Candida kan kweken. Dat is merkwaardig want candida uit de vagina, huid, of mond is wel te kweken. Ook schimmels uit de darm kan men kweken. Hoe is het mogelijk dat schimmels uit het bloed zo massaal aanwezig zijn, maar niet te kweken is?

Zoals men weet heeft de darm een oppervlakte zo groot als een voetbalveld. Men heeft miljarden bacteriën per gram ontlasting in de darm. Daarom vormt de darm een belangrijke toegangsweg tot de bloedbaan. Het merendeel van de mensen die wij laten onderzoeken hebben geen Candida of andere schimmels in de ontlasting en een deel heeft meer dan 100 schimmelcellen per gram ontlasting. Wanneer er meer dan 100.000 organismen per gram zijn aan te tonen, heeft men een werkelijke schimmelinfectie.

Schimmels kunnen niet gemakkelijk in het bloed komen. Candida in bloed moet via de darm of vagina naar binnen zijn gekomen. Wanneer er geen huid of vaginale schimmelinfectie aanwezig is moet de besmetting wel via de darm gekomen zijn.

Bij darmbiopsieën wordt nooit hechting van schimmels aan de darmwand waargenomen, ook niet door gastro-enterologen die daar belangstelling voor hebben. Wij kunnen daardoor eigenlijk niet van een schimmelinfectie spreken, maar van schimmelvorming van de slijmlaag en de ontlasting. Ook dit vormt een argument tegen Candida in het bloed. Passage door de wand is moeilijk voor te stellen wanneer er geen hechting plaats vindt.

Patiënten die geen schimmel op de huid hebben, geen vaginale infectie hebben en waarbij geen schimmel in de darm te vinden is, hebben geen "Candida syndroom".

Wanneer wij bovenstaande kennis toepassen op de resultaten van de levend bloedanalyse, is het waarschijnlijker dat de darm en het bloed geen schimmels bevatten maar gisten. Dat zou ook verklaren waarom men na een koolhydraatrijke maaltijd een toename van dit verschijnsel waarneemt.

Schimmels kunnen niet goed in het bloed overleven. De witte bloedlichaampjes maken en stof Myeloperoxidase, die schimmels afbreken. Alleen mensen met een tekort aan deze stof zijn kandidaten voor schimmels in het bloed.

"Candida" klachten zijn niet specifiek voor schimmels. Het blijkt dat de vragen die een Candidainfectie moeten bewijzen, evengoed kunnen horen bij een verstoorde darmflora, bloedsuikerstoornissen en toxische belastingen. Ook bijnierinsufficiëntie, schildklier- en insulineproblematiek veroorzaken verhoogde scores. Er is niet één klacht die specifiek is voor een Candidasyndroom.

Desondanks bewijst "het Candida dieet", een eiwitrijk en suikervrij dieet, waaruit alle geraffineerde koolhydraten zijn verwijderd, grote diensten. Het is van groot gelang voor onze gezondheid dat wij geen suiker gebruiken en de koolhydraten beperken.

Er is een duidelijke samenhang tussen insulinestoornissen en afwijkingen van de darmflora en vergisting of schimmelvorming van de ontlasting. Verhoging van insuline gaat gepaard met en toenamen van sucrase, een suikersplitsend enzym in de darm. Toename van het suikergehalte van de darm kan een belangrijke oorzaak vormen voor een toename van vergisting en schimmelgroei.

Dat het Candidadieet verbetering geeft zonder dat er Candida aanwezig is, is begrijpelijk, daar het namelijk ook de therapie is voor bloedsuiker- en insulineproblemen.

Een belangrijke reden om een darmflora-analyse aan te bevelen is niet alleen het objectief vaststellen van de aanwezigheid van schimmels, maar ook het aantonen van afwijkingen in de flora. Mensen met Candida hebben vaak ook andere afwijkingen van de flora. (zie darmflora onderzoek). Zo blijkt het merendeel van de Candidadragers te weinig of zelfs geen lactobacillen in de darm te hebben.

Verdenking op Candida. Men onderneemt de volgende stappen:

1. Anamnese (vragenlijst)

  1. Is er brijachtige zurige ontlasting?
  2. Is er een geschiedenis van chronische vaginale of huidschimmelinfecties?
  3. Bezoek aan een "onderontwikkeld" land?
  4. Dieet: koolhydraatoverbelasting? Hoeveel suiker, vruchten en zetmeel producten?
  5. Is er alcoholgebruik?
  6. Insuline- of bloedsuikerproblemen: komt er diabetes voor in de familie?
  7. Gebruik van medicijnen: antibiotica, anticonceptiepil, pijnstillers?

2. Onderzoek damflora.

Uit analyse van de ontlasting blijkt dat er verschillende soorten Candida zijn en verschillende andere schimmels.

De flora, vertering en de zuurgraad zijn ook van belang.

3. Tegelijk met een darmflora-analyse doet men aanvullend onderzoek:

a. Intestinale parasieten. Indien gevonden, eerst parasieten behandelen.

4. Indien men schimmels vindt en de patiënt te zwaar is:

a. Een insuline curve gedurende enkele uren (zie hyperinsulinaemie artikel)

4. Behandeling van Candida:

a. Zo lang er geen parasitair onderzoek heeft plaats gevonden heeft een behandeling geen zin. Indien er parasieten zijn gevonden: eerst parasieten behandelen.

b. Verandering van dieet, zie hier onder.

c. Reguliere medicatie is via de arts op recept verkrijgbaar:

Nystatine. Nystatine kent maar weinig bijwerkingen. Na een paar dagen zijn de

schimmels al verdwenen. Zij kunnen echter weer terugkomen. Sommige patiënten

voelen zich beter zolang zij dit middel gebruiken en het kan veilig langdurig worden gebruikt

d. Medicatie met allerlei natuurlijke producten:

Aloë vera

PSK of KSM, extracten van Shii-take en Reishi paddestoelen.

Olijfbladextract

Pau d’arco

Rozemarijnolie

Lemongrass olie

Tumeric

e. Suppletie van darmflora: lactobacillen, enterococcen en enterobacteriën, afhankelijk van de uitslag van de flora-analyse.

Het dieet is het belangrijkste element in de behandeling van Candida albicans in de darm. Gisten uit brood blijken helemaal geen rol te spelen, daarom is zuurdesem brood dat bovendien ook schimmels en gisten bevat, geen betere keuze. Ik advies iedereen alle brood en zelfs soms alle koolhydraten uit het dieet weg te laten, de reden hiervoor is het elimineren van de koolhydraatoverbelasting. Ik laat mensen voor het ontbijt biogarde met lijnzaad eten (eventueel met wei poeder, dit is een zeer goede basis voor darmflora) en voor de lunch en avondeten eiwitten (vis, kip, eieren en om de dag bonen).

Daarnaast wordt er per dag 3 maal 3 ons groenten gegeten. In elke vorm: rauw, roerbak, soepen (geen sappen), ovenschotels, salades van gekookte groeten met een lekkere dressing van olijfolie met citroen. (zie ontgiftingsdieet en groentelijst).

Vezels zijn zeer belangrijk om het milieu van de darm te beïnvloeden. Vezels worden namelijk in boterzuur omgezet, dit maakt het milieu in de dikke darm zuur en gunstig voor hechting van een gezonde flora. Met vezels worden hier specifieke stoffen bedoeld en juist niet de vezels uit bruin brood. (zie vezels)

Blastocysten.

Zeer vaak blijkt de cliënt geen schimmels maar parasieten te hebben:

  1. Bijna alle mensen met een Dientamoebe fragilis infectie hebben grote getale schimmels in de darm. Deze verdwijnen nadat de parasieten behandeld zijn. Het is een secondaire infectie, die bij behandeling steeds weer terugkomt, zo lang de parasieten niet geëlimineerd zijn.
  2. Zeer vaak is het geen schimmel, maar een parasiet die op een schimmel lijkt. Blastocystis Hominis is een gistachtige parasiet, die dezelfde eigenschappen heeft als Candida.

De Blastocyst een z.g. niet schadelijke, "niet-pathogene" parasiet.

Vaker dan schadelijke parasieten worden er "niet-pathogene" parasieten gevonden. Er worden soms naast de Blastocyste hominis verschillende andere soorten aangetroffen: de Entamoeba coli, Entamoeba hartmanni, Iodamoeba butschlii en de Endolimax nana. Al deze parasieten kunnen diarree veroorzaken. Parasitologen gaan ervan uit dat zij de darmwand niet beschadigen, maar een darm die vol zit met parasieten is geen gezonde darm.

Tan (3) en medewerkers waren de eersten die beschreven hoe de Blastocystis hominis koloniën vormden. Microscopisch weefselonderzoek toont aan dat de parasiet de dikke darm infiltreert, hetgeen zwellingen een ontstekingsreactie van de slijmvliezen veroorzaakt. Het blijkt uit talloze publicaties dat de Blastocyste niet alleen darmontstekingen en diarree, maar ook gewrichtsklachten kan veroorzaken. Ook de E. Coli en E. nana kunnen klachten veroorzaken.

In de natuurgeneeskunde worden gisten en schimmels, met name de Candida albicans, als een belangrijke ziekteverwekker gezien. Jarenlang hebben natuurgeneeskundige artsen en therapeuten veel klachten verklaard door de aanwezigheid Candida. Vaak is er inderdaad sprake van een schimmel, maar niet van Candida. Het is daarom zo belangrijk om zowel een darmfloraonderzoek als een parasitair onderzoek te laten verrichten. Hierdoor kan men aantonen dat de "Candidapatiënt" een bepaald type schimmel heeft of dat de darm Blastocysten of andere parasieten bevat. Het is van belang om in uw diagnostiek onderscheid te maken tussen Candida en Blastocysten, daar Blastocysten niet op schimmelremmers reageren. Zij reageren eigenlijk nergens op en zijn zeer moeilijk weg te krijgen.

* Mensen met Blastocysten en schimmels hebben vaak te hoge insuline spiegels (zie hyperinsulinaemie)

* De belangrijkste maatregel is een streng koolhydraatarm dieet.

* De Blastocyst reageert matig op clioquinol en humatin, maar zij kunnen er door verdwijnen.

* Behandeling met oregano-olie of rozemarijnolie 3 maal daags 4 druppels gedurende 4 weken plus een zeer streng koolhydraatarm dieet. Men kan Berberine HCl 3 maal daags 100-200 mg gedurende 4 weken proberen.

* Men moet na de kuur een nacontrole doen wanneer men zeker wil weten of de Blastocyst weg is.

Sojabrood

Indien men toch brood in het voedingsadvies wil opnemen, kan men van sojameel brood maken. Dit bevat meer eiwitten dan koolhydraten. Men kan het samen met groeten eten:

Sojameel kopen of zelf malen van bonen.

250 gram meel

2 eieren: wit opkloppen en dooier er door roeren. In plaats van ei kan met ¼ kop tapiocameel gebruiken.

½ kop magere kwark (mag ook yoghurt, geitenkwark of sojayoghurt zijn).

5 eetlepels olie: sesam en olijf.

1 theelepel bakpoeder (wijnsteen) en zout.

Indien gewenst:

A. Kruiden: oregano, rozemarijn, olijven, citroenschil, gember, 4 eetlepels oligiofructose, lijnzaad sesamzaad of andere zaden.

B. Men kan gespruitte mungbonen, kikkererwten(-meel), gepureerde tofu, gekookte linzen door het beslag roeren het wordt daar wat minder bitter door. Bedekken tijdens het baken, opdat de bovenkant niet uitdroogt (ongekookte bonen zijn schadelijk).

1 uur bakken op 2000 C

 

 

 

Pagina Top arrow