Het detoxificatiedieet

Om de pagina op een volledig scherm weer te geven klik hier
Om de pagina uit te printen klik hier

Inleiding

Door middel van specifieke vragen kan men een indruk krijgen of een patiënt aan darmstoornissen of een toxische belasting lijdt. Vitaminetekorten, glutenallergie, bacteriële overgroei in de darm zijn door laboratoriumonderzoek vast te stellen en vormen een overbelasting voor het lichaam.

Wij kunnen de behandeling van een patiënt met een toxische belasting ondersteunen door een ontgiftingskuur. Tijdens een kuur wordt het lichaam ontlast door gebruik van speciale voeding. Wij hebben ons voedingsvoorschrift gebaseerd op een streng eliminatiedieet en gecombineerd met het gebruik van wei-eiwitten en het dieet van dr P. D’Adamo.

D’Adamo’s advies is gebaseerd op het feit dat voeding lectinen bevat die gunstig of schadelijk kunnen zijn voor het lichaam. Hij geeft aan dat het effect van lectinen afhankelijk is van de bloedgroep, dat zij schadelijk zijn voor de ene mens en gunstig voor een ander.

Wij hebben per bloedgroep, op basis van D’Adamo gegevens, lijsten samengesteld met gunstige voeding, dagmenu’s en recepten om het gebruik van deze ideeën toepasbaar te maken. Ik heb het bloedgroependieet al geruime tijd in de praktijk uitgeprobeerd met goede resultaten en ben ervan overtuigd dat het waardevol is.

D’Adamo vermeldt dat er een verband bestaat tussen de bloedgroep en gevoeligheid voor bepaalde ziekten, vitaliteit, psychische gesteldheid en lichamelijke activiteit. Wetenschappers hebben al geruime tijd geleden verbanden vastgelegd tussen bepaalde ziekten en bloedgroepen. Zo zou bij bloedgroep A vaker gebrek aan maagzuur en een verhoogd cholesterol voorkomen, terwijl men bij bloedgroep O vaker een verhoogde schildklierwerking of een maagzweer vindt.

Onderzoek

Jammer genoeg heeft D’Adamo weinig publicaties op zijn naam staan en blijven veel vragen die zijn adviezen oproepen onbeantwoord. Ik ben mij daarom in de lectine literatuur gaan verdiepen en ben op het spoor gekomen van dr A. Pusztai. Hij heeft de afgelopen 30 jaar onderzoek verricht naar lectinen, meer dan 60 publicaties op zijn naam staan en meegewerkt aan een boek over lectinen dat recent is gepubliceerd (16). Hij heeft zich niet op de bloedgroepen gericht, maar op het effect van lectinen op de darm. Ik wil graag deze wetenschappelijke informatie toevoegen om de complexiteit van de lectinen aan te geven en de waarde van het bloedgroependieet te bevestigen.

Lectinen

Lectinen zijn eiwitten die door de plant gemaakt worden om zichzelf te beschermen. Zij zijn door de natuur bedoeld als bacterie- en insectdodende stoffen. Lectinen staan in de belangstelling, omdat zij door middel van genetische manipulatie toegevoegd kunnen worden aan planten. Op deze manier kunnen lectinen gebruikt worden als ingebouwde pesticiden. De zo juist genoemde onderzoeker Pusztai heeft in Engeland enorme opschudding veroorzaakt door zich tegen genetische manipulatie van voeding te keren.

In 1888 bemerkte Stillmark dat bonen rode bloedlichaampjes deed samenklonteren. Veel planten bleken deze eigenschap te hebben en de term haemagglutinine werd geïntroduceerd. Pas toen ontdekt werd dat deze stoffen selectief het rode bloed agglutineren afhankelijk van de bloedgroep, werd de term lectine ( select) geïntroduceerd. Haemagglutinine en lectine zijn beide in omloop en betekenen hetzelfde.

Lectinen zijn eiwitten die zich tijdelijk kunnen binden aan een koolhydraatketen, zonder ze structureel te veranderen (1). Koolhydraten komen veelvuldig voor in het lichaam, maar werden lange tijd als aspecifieke structuren beschouwd. Nu blijken zij een belangrijke functie te vervullen. De volgende koolhydraten komen vaak voor: fucose, galactose, glucosamine, galactosamine en mannose. Meestal bestaan koolhydraatketens uit duizenden suikers en vormen zij polysacchariden. Ketens die uit 2 tot 10 suikers zijn gevormd heten oligosacchariden. De volgorde van de suikers maakt dat zij zich niet willekeurig binden aan eiwit. Zij passen als een sleutel op een slot. Zij binden zich uitsluitend aan een specifieke structuur die daardoor als receptor functioneert. De meeste lectinen bevatten twee of meerdere ketens, waardoor zij cellen aan elkaar kunnen binden en als lijm werken. Deze lectinen veroorzaken agglutinatie van cellen zoals rode lichaampjes, bacteriën en lymfocyten. Lectinen binden zich aan het darmepitheel, de slijmlaag in de darm, de bloedvaten en rode bloedcellen die talrijke glycoproteïnen bevatten. Lectinen worden niet in het maagdarmkanaal afgebroken. Zij hechten zich het sterkst aan het slijmvlies van de dunne darm, maar binding vindt plaats door het hele spijsverteringskanaal van de mond tot de anus

De hechting is afhankelijk van vele factoren. Zo speelt de leeftijd, de bloedgroep en de verhouding tussen crypt en villus een belangrijke rol. Lectinen die maar

één koolhydraatketen hebben, veroorzaken geen agglutinatie, maar kunnen zich wel hechten aan het slijmvlies en een groeiprikkel veroorzaken. Zij zijn mitogeen.

Alleen lectinen die zich hechten aan het slijmvlies zullen in de bloedbaan worden opgenomen. Lectinen die zich in de bloedbaan begeven, kunnen zich ook aan spierweefsel hechten. Ratten die tien dagen lang kidneybonen aten, verloren veel spierweefsel. Het is waarschijnlijk dat spierpijn of spierzwakte en moeheid na de maaltijd veroorzaakt wordt door verkeerde lectinen.

Het darmepitheel

Lectinen kunnen zich hechten aan cellen in de darm en de slijmlaag, omdat de celmembraan van enterocyten, de brush border enzymen en het mucus koolhydraatrijk zijn. Ook M-cellen, goblet cellen, lymfocyten en macrofagen bevatten specifieke koolhydraten. M-cellen zijn epitheelcellen die stoffen van de darminhoud naar het onderliggend lymfeweefsel brengen. Zij bevatten een grote hoeveelheid fucose (4). Gobletcellen bevatten N-acetyl-glucosamine en galactose (15). Macrofagen binden mannose-specifieke lectinen.

De cryptcel bevat onder andere mannose-receptoren, terwijl in de rijpe villuscel alleen complexe koolhydraatstructuren aanwezig zijn en geen mannose.

Daar de receptoren voor hormonen, cytokinen en groeifactoren koolhydraten bevatten, kunnen lectinen hormonen en groeifactoren nabootsen of juist blokkeren.

De lectine die de sterkste werking heeft op het epitheel van de darm komt uit de kidneyboon. Deze bevat een N-acetyl-D-glucosamine keten. Wanneer de lectine uit deze boon zich aan de groeireceptor hecht, ontstaat toename van het aantal ongedifferentieerde cryptcellen. Hierdoor neemt het vermogen om voedsel op te nemen af. Ook de tight junction kan door deze bonen beschadigd worden, waardoor de doorlaatbaarheid van de darm verhoogt (5).

Darmflora (zie artikel: Darmflora)

Lectinen kunnen de flora en de endocriene functie van de darm op verschillende manieren beïnvloeden:

1. In de eerste plaats kunnen zij bacteriën door agglutinatie laten verdwijnen.

2. Zij kunnen bacteriën verdringen door hechting aan plaatsen die eigenlijk voor darmvriendelijke bacteriën zijn bestemd. Vermindering van de normale darmflora heeft zeer nadelige gevolgen. Lectinen uit de kidneyboon kunnen ernstige bacteriële overgroei met E.coli veroorzaken.

3. Lectinen kunnen zich hechten aan de endocriene cellen en de productie van darmpeptiden stimuleren

4. Zij kunnen via binding aan deze cellen in de bloedcirculatie terechtkomen, waar zij hormonen kunnen imiteren. Endocriene organen zoals de thymus en de pancreas worden door lectinen beïnvloed. Lectinen kunnen de insuline-uitscheiding verminderen en een rol spelen in de tumorvorming in de pancreas (3).

Celdeling

Lectinen kunnen mitogeen of anti-mitogeen zijn. Dat wil zeggen celdeling stimuleren of remmen. Zij kunnen in T-lymfocyten een reactie op gang brengen die resulteert in DNA synthese of juist lymfocyten afremmen en de immuunrespons onderdrukken.

Sommige lectinen onderdrukken de afstoot-reactie na transplantatie en hebben een gunstige invloed op auto-immuunziekten. Thyreoïditis en myastenia gravis (spierzwakte) bij dieren kan worden genezen door lectinen. Het HIV virus kan experimenteel in een reageerbuisje compleet geblokkeerd worden door lectinen.

Bloedgroepen

De rode bloedcellen van alle bloedgroepen bevatten een aanhechtingvan vijftien aminozuren. Deze peptide functioneert als de ruggegraat voor koolhydraatketens die hieraan zijn bevestigd. Alle bloedgroepen hebben een vergelijkbare samenstelling en zijn opgebouwd uit fucose, pentose, hexose en N-acetyl-D-glucoamine. Bloedgroep A heeft als eindgroep N-acetyl-D-galacastosamine en bloedgroep B een D-galactose. Bloedgroep O geen van beide en AB alle twee. Hierdoor kunnen rode bloedlichaampjes zich hechten aan bepaalde lectinen en reageren mensen met verschillende bloedgroepen anders op lectinen in voedsel.

Sommige lectinen zijn schadelijk voor alle bloedgroepen. Tarwe en aardappelen agglutineren erytrocyten van alle bloedgroepen. Pinda-olie bevat veel meer lectinen dan andere oliën. Deze hechten zich aan de vaatwand en veroorzaken vaatziekten (4).

Ik wil een aantal kritische opmerkingen maken en vraagtekens zetten

1.Wetenschappers hebben nog lang niet alle lectinen van eetbare planten geïsoleerd. De lectinen die beschikbaar zijn voor experimenten komen voornamelijk uit granen en bonen. Het is niet mogelijk dat D’Adamo informatie zou hebben over lectinen van alle voedingsmiddelen. Toch heeft hij alle bekende granen, bonen, zaden en groenten, zelfs vlees en vis ondergebracht in gunstige en ongunstige categorieën. Hij heeft waarschijnlijk niet de lectinen zelf maar voeding getest.

2.In Nederland zijn onderzoekers al jaren bezig met lectine-onderzoek. Zij gebruiken hiervoor cellen die afkomstig zijn van darmweefsel van de rat. Ratten hebben echter allemaal dezelfde bloedgroep en zijn dus niet vanzelfsprekend te vergelijken met mensen. Wel wordt onderzoek verricht met menselijke cellijnen en rode bloedlichaampjes. De onderzoeksresultaten zijn weergegeven in het boek ‘Handboek of plant lectins’ (16).

3.Wetenschappelijke experimenten worden uitgevoerd met rauwe bonen daar verhitting in principe lectinen vernietigd. Bonen en erwten bevatten de meeste lectinen. De meeste zijn echter vernield na 15 minuten koken. Toch blijken er in gekookte voeding nog lectinen aanwezig te zijn. Tarwelectine en -gliadine zijn zeer hittebestendig. Rauwe groenten bevatten uiteraard wel actieve lectinen.

4.Linzen-, erwten-, blackeyes-, tuinbonen-, adukibonen-, banaan- en tomatenlectinen hechten zich bijna niet aan het epitheel van de darm en hebben dan ook weinig effect. Je zou hieruit kunnen concluderen dat er wat deze voeding betreft geen onderscheid gemaakt hoeft te worden tussen de verschillende bloedgroepen.

5.Prei, uien en linzen bevatten mannoseketens. Uit onderzoek van Pusztai blijkt dat er weinig mannose-receptoren in de darm aanwezig zijn. Deze en de onder punt 4 genoemde voeding stimuleert het darmslijmvlies niet. Overconsumptie van voeding dat zich niet hecht, kan tot atrofie van het slijmvlies lijden.

6.In een geprikkelde darm onstaat versnelde epitheelgroei. Hierdoor ontstaan er veel mannose- receptoren. Nu kunnen lectinen die zich aan mannose hechten wel irritatie veroorzaken. Bij patiënten met darmaandoeningen kan men verwachten dat bovengenoemde voeding problemen veroorzaakt. In een gezonde darm spelen zij geen rol. De adviezen van D’Adamo zijn dus niet absoluut. Zij zijn mede afhankelijk van de gezondheid van de darm.

7.Sojaboonlectinen bevatten verschillende koolhydraten. De sterkste hechting vindt plaats via galactosamine. Het reageert weinig tot niet met bloedgroep B en O. Bij sommige mensen met bloedgroep A zal soja-agglutinatie van het rode bloed veroorzaken. Sojalectinen stimuleren groei van het darmepitheel en pancreasweefsel. Teveel sojagebruik is ongunstig en vermindert de opname van ijzer. Wanneer sojalectine direct in de bloedbaan wordt gebracht, remt het tumorcellen.

8.D’Adamo en de wetenschappers zijn het niet met elkaar eens over een aantal voedingstoffen. Volgens de wetenschapper bevatten Jeruzalem artisjokken glucosaminen en agglutineren bloedgroep A bloedlichaampjes, terwijl D’Adamo aangeeft dat deze groenten goed zijn voor mensen met deze bloedgroep. Amarant veroorzaakt agglutinatie van erytrocyten van alle bloedgroepen en is niet aan te raden.

Het onderzoek naar lectinen is zeer veelbelovend. Er zijn nog veel experimenten nodig voordat wij conclusies kunnen trekken over het dieet. Lectinen kunnen de groei van het epitheel, het immuunsysteem en de darmflora beïnvloeden. Het dieet zoals D’Adamo het aangeeft in de praktijk toepassen, is zeker de moeite waard.

Op basis van bovenstaande opmerkingen zou ik willen adviseren dat wij bij patiënten met darmklachten goed letten wat zij kunnen verdragen. Ook moeten mensen die dit dieet willen volgen groenten, granen en bonen roteren. Wij hebben daarom een rotatiedieet uitgewerkt.

Wij raden af om amarant te gebruiken. Een onderwerp dat toelichting vereist, betreft granen en gluten.

Gluten en lectinen

Granen zoals tarwe, rogge, kamut, spelt, gerst en haver bevatten gluten. Gluten zijn eiwitten die men in verschillende fracties kan opsplitsen. Drie fracties kunnen glutenallergie ofwel coeliakie veroorzaken. Eén glutenfragment is gliadine. Dit kan zich aan het epitheel van de darm hechten en schade aanrichten bij mensen die aan een glutenallergie lijden. Coeliakie komt veel voor in Nederland bij kinderen en volwassenen. Er wordt geschat dat 1 op de 200 of 300 mensen aan deze aandoening lijdt. Het is van belang om kinderen en volwassen met darmklachten te screenen op glutenovergevoeligheid door middel van onderzoek.

De diagnostiek van de glutenintolerantie is gebaseerd op de aanwezigheid IgA-antigliadine en een positieve lactulose/mannitol test. Wanneer deze afwijkend zijn, is het van belang een darmbiopsie te verrichten om de diagnose te bevestigen.

Lectinen behoren ook tot de gluteneiwitten. In 1985 is aangetoond dat de tarwelectine bestaat uit Wheat Germ Agglutinin (WGA) of wel Tarwekiem Agglutinine. Het hecht zich specifiek aan N-acetyl-glucosamine (8).

Calderon (9) en andere onderzoekers toonden aan dat tarwekiemagglutinine geen coeliakie veroorzaakt. Wel hechten zij zich aan het epitheel en veroorzaken schade. Het is verwarrend dat D’Adamo de termen gluten en lectinen door elkaar gebruikt, alsof zij identiek zijn (12).

De meeste moeite die ik met D’Adamo’s boek heb betreft de adviezen over granen, brood en meel. Ik wil op de volgende punten ingaan:

1. Hij adviseert brood te gebruiken van gekiemde tarwe. Het is waar dat de tarwekiemagglutinine tijdens het kiemen van de graankorrel langzaam aan verdwijnt, maar daar komen andere lectinen voor in de plaats. De glutenfracties die coeliakie veroorzaken, verdwijnen niet wanneer tarwe kiemt. Ik raad patiënten met darmklachten aan geen gluten en gekiemd brood te consumeren.

2. Wij raden iedereen aan tijdens de kuur geen tarwe, rogge, kamut, spelt, gerst en mogelijk haver te gebruiken daar zij gluten bevatten. Gerst en rogge bijvoorbeeld bevatten niet alleen dezelfde gluten, maar bevatten ook tarwekiem-agglutinine. Maïs bevat geen gluten maar is voor veel mensen niet gunstig. Amarant is mogelijk niet gunstig.

Rijst, boekweit en gierst bevatten geen gluten en veroorzaken geen agglutinatie.

3. Nog een laatste punt van kritiek: D’Adamo adviseert bepaalde granen en brood niet te gebruiken (13), terwijl hij daarna aangeeft dat men wel het meel van deze granen kan gebruiken. Dat is erg verwarrend. De lectinen blijven onveranderd aanwezig door het malen van graan. Meel is niet anders van samenstelling dan de hele granen. Wij raden aan bovengenoemde granen niet te gebruiken ook het meel niet.

DIEET

Hier volgen een aantal praktische adviezen die zich vooral op de patiënt richten.

Te veel stimulatie met een voedselsoort kan overprikkeling veroorzaken. Ikzelf probeer zoveel mogelijk een rotatie-principe aan te houden. Dat wil zeggen zoveel mogelijk variatie aanbrengen en een aantal dagen wachten voordat men hetzelfde voedsel herhaalt. Uit onderzoek blijkt dit een gunstig effect te hebben op het immuunsysteem.

Granen die veilig te gebruiken zijn:

Bloedgroep A: boekweit en rijst

Bloedgroep O: weinig graan, matig gebruik van boekweit en rijst

Bloedgroep B: gierst, rijst en eventueel haver

Indien uw bloedgroep nog niet bekend is, kunt u de algemene richtlijnen adviseren die voor alle bloedgroepen gelden. Wanneer de bloedgroep wel bekend is, kan het voedingspatroon (na tien dagen) uitgebreid worden met de voedingsmiddelen die op de lijsten van de betreffende bloedgroep vermeld zijn (opvraagbaar bij Orthica). Het is het beste voor de darm gedurende langere tijd (minimaal zes weken) te rotateren.

Gedurende de eerste 10 dagen tot 3 weken ligt de nadruk niet zo zeer op het bloedgroependieet, maar vooral op eliminatie, dus geen:

a.Gluten. Dit betekent geen tarwe in welke vorm dan ook, geen rogge, met uitzondering van haver voor bloedgroep B indien het wordt verdragen en de patiënt geen coeliakie heeft.

b.Aardappelen.

c.Suiker. Gebruik minimaal honing en geen kant en klare vruchtensappen

d.Dierlijke producten, ook geen zuivel behalve weipoeder. Bloedgroep B mag wel yoghurt.

e.Alcohol.

f.Koffie. (Langzaam verminderen).

Daarnaast dient men een optimaal dieet te creëren:

-Uit het dieet moet alles worden weggelaten dat klachten veroorzaakt en voedsel dat

men niet lust.

-Het door ons beschreven dieet geeft een richtlijn aan. Men kan daarnaast met kinesiologie en andere methoden uittesten welke voeding geschikt is. Gebruik alleen die voedingsmiddelen die bij u passen op basis van uw bloedgroep (zie de betreffende overzichten).

-Roteren. Groenten en granen dienen afgewisseld te worden. Er dienen niet elke dag dezelfde bonen en erwten gegeten te worden. Op deze manier verdraagt het lichaam de voeding beter. Vooral kidney bonen mogen niet dagelijks gebruikt worden.

-Koop zoveel mogelijk biologische geteelde producten. Deze voeding bevat geen pesticiden en is rijker aan mineralen en vitaminen. Meer dan 60% van ‘gewone’ voeding bevat genetisch gemanipuleerde ingrediënten. Soja, mais en aardappelen zijn genetisch gemanipuleerd tenzij van biologische teelt. Daar genetische manipulatie erop gebaseerd is om vreemde lectinen in plantaardige voeding in te bouwen, is deze voeding niet veilig. Experimenten tonen aan dat gemodificeerde voeding het immuunsysteem en groei van dieren kan onderdrukken.

-Eet elke dag minstens 600 gram groenten, liever meer, en regelmatig broccoli of spruitjes vanwege hun rijkdom aan gezonde ingrediënten. U kunt groenten gebruiken als rauwkost, gekookt, geroerbakt of groentesap. Het is aan te raden per dag twee stuks fruit te nuttigen.

-Wat betreft de vetten kunt u het beste gebruik maken van hoogwaardige koudgeperste biologische olijfolie voor het bakken. Men kan dressings maken met citroen, knoflook, peterselie, verse geraspte gember etc. Voor het budwigpapje gebruikt u lijnzaadolie.

-Om uw maag en darm daadwerkelijk te ontlasten is het van belang weinig te eten, langzaam te eten en vooral goed te kauwen.

-Het drinken van ‘gewone’ koffie en thee, vruchtensappen en frisdranken zijn niet wenselijk. Aan te bevelen is minimaal één liter te drinken op basis van groene thee of kruidenthee en één liter mineraalwater. Ik vind de biologische Japanse groene thee het lekkerst.

-Per dag kunt u twee keer een papje of shake te gebruiken op basis van eiwitpoeder. Weipoeder bevat stoffen die zowel de gezondheid van het darmepitheel herstellen en de werking van de ontgiftingsenzymen stimuleren. Indien dit niet wordt verdragen, kunt u een andere eiwitbron gebruiken.

-Naast een gezond voedingspatroon is het aan te bevelen om specifieke voedingssupplementen te gebruiken die eveneens bijdragen aan het herstel van het slijmvlies van de darm en het ontgiftingssysteem. Aan te bevelen zijn: enzymen, een goede multivitamine en mineralen, vitamine E en een probioticum.

-Zorg ook voor voldoende rust en probeer overmatige stress en het gebruik van genotmiddelen te vermijden. Daarbij is het belangrijk aan voldoende lichaamsbeweging op maat te doen.

-Andere ondersteunende maatregelen zijn: koud nadouchen, de huid droogborstelen, (voet)massage en ademhalingsoefingen.

Na tien dagen

Na tien dagen kan uitbreiding plaatsvinden wat betreft dierlijk eiwit, granen en fruit. Welke voedingsmiddelen gebruikt kunnen gaan worden, zijn terug in de voedingslijsten per bloedgroep die zich in het uitgewerkte voedingsadvies bevinden.

Wanneer u bepaalde voedingsmiddelen als belastend of juist verlichtend uittest, bent u natuurlijk vrij om het dieet aan te passen. U kunt de Detox-vragenlijsten gebruiken om te toetsen of de patiënt zich beter voelt en u kunt door middel van laboratoriumonderzoek, zoals een analyse van de darmflora, bepalen of de door u ingezette therapie aanslaat.

De uitgewerkte voedingsadviezen zijn gratis aan te vragen via het telefoonnummer: 0294-416886.

Literatuur.

1. Ruhlmann J., Sinha P., Hansen G., Tauber R., Kottgen E., Studies on the aetiology of coeliac disease: no evidence for lectin-like components in wheat gluten. Biochim. Biophys. Acta. 1993 Jun 19;1181(3):249-56.

2. Jordinson M., Playford R.J., Calam J., Effects of a panel of dietary lectins on cholecystokinin release in rats, Am. J. Physiol. 1997 Oct;273(4 Pt 1):G946-50.

3. Desilets D.J., Davis K.E., Nair P.P., Salata K.F., Maydonovitch C.L., Howard R.S., Kikendall J.W., Wong R.K., Lectin binding to human colonocytes is predictive of colonic neoplasia, Am. J. Gastroenterol. 1999 Mar;94(3):744-50.

4. Kritchevsky D., Tepper S.A., Klurfeld D.M., Lectin may contribute to the atherogenicity of peanut oil. Lipids, 1998 Aug;33(8):821-3.

5. Greer F., Pusztai A., Toxicity of kidney bean (Phaseolus vulgaris) in rats: changes in intestinal permeability, Digestion 1985;32(1):42-6.

6. Grant G., More L.J., McKenzie N.H., Stewart J.C., Pusztai A., A survey of the nutritional and haemagglutination properties of legume seeds generally available in the UK, Br J Nutr 1983 Sep;50(2):207-14.

7. Herzig K.H., Bardocz S., Grant G., Nustede R., Folsch U.R., Pusztai A., Red kidney bean lectin is a potent cholecystokinin releasing stimulus in the rat inducing pancreatic growth, Gut 1997 Sep;41(3):333-8.

8. Biochem. Biophys. Res. Commun. 1985 Jul 31;130(2):867-72.

Lectin activity of gluten identified as wheat germ agglutinin. Kolberg J, Sollid L

9. Calderon de la Barca A.M., Yepiz-Plascencia G.M., Bog-Hansen T.C.,

Hydrophobic interactions between gliadin and proteins and celiac disease, Life Sci, 1996;59(23):1951-60.

10. Chae C., Lectin histochemical characteristics of the epithelial surface of ileal Peyer's patches in 3-week-old pigs, J Vet Med Sci 1997 Oct;59(10):931-4.

11. Ruhlmann J., Sinha P., Hansen G., Tauber R., Kottgen E., Studies on the aetiology of coeliac disease: no evidence for lectin-like components in wheat gluten, Biochim Biophys Acta 1993 Jun 19;1181(3):249-56.

12/13 D’Adamo, Het Bloedgroepdieet, 1991, Uitg. G.P. Putman,

14 Sata T., Roth J., Zuber C., Stamm B., Rinderle S.J., Goldstein I.J., Heitz P.U.,

Studies on the Thomsen-Friedenreich antigen in human colon with the lectin Amaranthin. Normal and neoplastic epithelium express only cryptic T antigen, Lab Invest 1992 Feb;66(2):175-186,

15. Sharma R., Schumacher U., The influence of diets and gut microflora on lectin binding patterns of intestinal mucins in rats, Lab Invest 1995 Oct;73(4):558-564.

16. Van Damme, Peumans, Pusztai Bardock, Handbook of plantlectins Properties and biochemical applications, uitgegeven door Wiley and son 1998. ISBN 0-417-69445-x.