Onder darmflora verstaan wij de gezonde bacteriën die in enorme hoeveelheden in de darm aanwezig zijn. Er zijn verschillende grote groepen bacteriën, zoals Lactobacillus acidofilus, Bacteroïden en de Bifidobacteriën.
Een steunpilaar van de natuurgeneeskundige praktijk is een analyse van de darmflora. Het is een aanwinst voor de gezondheid om dit onderzoek uit te laten voeren, via een arts voor natuurgeneeskunde.
Wanneer men in een speciaal potje wat ontlasting opstuurt naar een laboratorium dat flora analyses maakt, ontvangt men een uitvoerig rapport.
De uitslagen van flora-analyses vermelden de volgende zaken:
A. Zuurgraad
B. Vertering
C. Bacteriën darmvriendelijk en schadelijk.
D. Bacteroïden
E. Schimmels.
Darmfloraonderzoek wordt niet vergoed door de verzekeringen en kan worden aangevraagd door een natuurgeneeskundige arts of therapeut. Indien zij niet op de hoogte zijn van deze onderzoeksmogelijkheid, kunt u de A&S informatie met uw behandelaar bespreken. (zie A&S)
De zuurgraad van de ontlasting, uitgedrukt in pH, kan door elke arts worden aangevraagd, in een regulier laboratorium. Evenals de vertering, vetten, zetmeel en vezels. De huisarts doet dit niet vaak, men kan er wel om vragen. (Darmvriendelijke bacteriën kunnen niet regulier worden aangevraagd).
Wij zien bij de uitslagen vaak een te hoge pH, de ontlasting is dan te alkalisch. Dit wordt meestal veroorzaakt door:
Men kan de pH verlagen en de gezondheid van de darm verbeteren door veel meer groente te eten, deze bevatten onoplosbare vezels. Deze niet-oplosbare vezels komen in de dikke darm terecht. Hier worden ze door darmbacteriën omgezet in korteketen vetzuren, butyraat of boterzuur. Deze vetzuren dienen als energiebron in plaats van koolhydraten. De vetzuren dienen als voedingstof voor het slijmvlies van de darm. Dit is van groot belang is, daar de gezondheid van het lichaam in grote mate wordt bepaald door de gezondheid van de darm. Butyraat houdt het milieu in de darm op de juiste zuurgraad. Butyraat vormt een voedingsbodem voor bacteriën en stimuleert de groei van lactobacillen en bifidobacteriën. Bacteriën verminderen op hun beurt het ammoniakgehalte, ontgiften en produceren vitaminen.
Nog belangrijker is dat butyraat beschadigd DNA kan herstellen. Butyraat bevordert de hechting van IGF-1 aan het darmslijmvlies. Deze stof regelt de groei van de cel en de opname van voedingsstoffen. De aanwezigheid van selenium verbetert de opname van butyraten. Selenium vinden wij in tomaten, uien, broccoli en vette vis (sardines, sprot, zalm, tonijn, haring, makreel) en paranoten.
B. Verteringsstoornis
Aanwezigheid van zetmeel in de ontlasting; oorzaken:
a. Te veel koolhydraten in het dieet, vooral brood, sapjes en pasta.
b. Indien de patiënt(e) te dik is, bestaat er een grote kans dat hij(zij) een hyperinsulinaemie heeft. Insuline verhoogt de suikersplitsende enzymen.
c. Versnelde passage door gebrekkige flora (mogelijk een lichte infectie, de aërobe sporen zijn verhoogd)
d. Te weinig maagzuur (bij veel zetmeel gebrek aan pancreasenzymen).
e. Een te hoge pH, in combinatie met de aanwezigheid van zetmeel, duidt op een gebrekkige vertering. Men treft deze combinatie ook vaak aan bij versnelde darmpassage door bijvoorbeeld de aanwezigheid van darmparasieten.
Indien patiënten maagzuurremmende middelen gebruiken, is het van belang zeker te zijn dat de patiënt inderdaad te veel maagzuur heeft. Veel maagpatiënten hebben juist een tekort aan maagzuur, waardoor het eten niet goed verteert. Juist daardoor krijgen ze vaak last van de maag. Veel maagpatiënten hebben een Helicobacter-infectie. Indien er nooit een bloedonderzoek heeft
plaatsgevonden naar deze bacterie, moet men dit als nog laten nakijken, daar maagzuurremmende middelen deze infectie niet genezen.
C. De bacterië-aantallen per gram.
Lactobacillen bevatten anti-micobacteriele eigenschappen, zij produceren bacterocin een antibioticum en organische zuren.
Zij kunnen de groei van verschillende pathogene bacteriën remmen.
Sommige lactobacillen produceren arginine. Arginine heeft een effect op het immuunsysteem, vooral na trauma(ziekte, ongeval, operatie). Het werkt op de endocriene klieren die een effect hebben op het slijmvlies. L-arginine-nitroxide pathway is een primaire verdediging tegen micro-organismen. Wanneer mensen ernstig ziek zijn, dringen schadelijke bacteriën zich naar binnen vanuit de darm. Hierdoor kunnen infecties van organen zoals de lever en nier ontstaan. Toediening van Arginine voorkomt dit proces, doordat:
1. Het aantal schadelijke bacteriën afneemt
2. Immuun respons wordt verhoogd, vooral IgA
3. Macrofagen, die de eerste lijn verdediging vormen, worden gestimuleerd
4. Arginine verhoogd het aantal lactobacillen in de darm
Een gezonde darmflora is van groot belang voor gezonden en nog meer voor zieke mensen. jammer genoeg laten reguliere geneeskundigen geen analyses maken.
Men kan tekorten van bacteriën aanvullen. Er zijn capsules in de handel die darmbacteriën bevatten, zg. probiotica.
Men kan ook het milieu van de darm verberen, zodat de bacteriën die al aanwezig zijn zich kunnen vermenigvuldigen.
Mijn voorkeur gaat er naar uit om dit door middel van voeding te bereiken.
* Plantaardige voedingsvezels stimuleren de groei van de darmflora. Groenten vezels zijn veel gunstiger dan graanvezels. Vezels van bruin brood irriteren de darm vaak. Bovendien bevat brood slechts 3% vezels. Groenten bestaan (droog gewicht) voor 40% uit vezels.
* Calcium. Groenten bevatten chlorofyl dat ontgift, vitaminen en mineralen. 1 kg groene groenten bevat 1250 mg calcium, een belangrijk mineraal dat giftige stoffen bindt.
* Wei is een goede voedingsbodem voor de flora.
* Omega-3 vetzuren uit vette vis, remmen ontstekingsfactoren af.
Een lunch van vette vis en spinazie is dus zeer gunstig voor het milieu van de darm.
* Sommige groenten bevatten inuline, een oligofructose-saccharide en een zg. prebiotica. Prebiotica zijn voedingsstoffen die het aantal nuttige darmbacteriën laat stijgen en daardoor de ziekteverwekkers in de darm verdringen en/of onschadelijk maken. Studie naar de werking van inuline wijst uit dat de groep bifidobacteriën flink stijgt in de darm ten koste van de pathologische groep bacteriën en schimmels. Dit effect is al binnen enkele weken bereikt. Terwijl suikers en zetmeel groei van pathologische bacteriën en schimmels versterken bereiken onoplosbare vezels het tegendeel. Studie naar de werking van inuline wijst uit dat de groep bifidobacteriën flink stijgt in de darm ten koste van de pathologische groep bacteriën en schimmels. Inuline vind men in aardperen, en in minder mate in uien, asperges en cichorei.
3 x per week 1 ons aardperen levert voldoende inuline op om de bifidobacteriën te laten toenemen in de darmen. Men kan ook een supplement nemen in de vorm van FOS, fructo-oligofructosacharide, een wit zoet poeder dat men zelfs als zoet middel kan gebruiken ( het wordt niet in het bloed opgenomen) in een dosering van 10 tot 15 gram. Inuline is uitgebreid getest op toxiciteit en is absoluut onschadelijk zelfs bij langdurige hoge dosering.
Schadelijke bacteriën:
De Proteus, Klebsiella en Clostridia zijn bacteriën die worden opgenomen in de analyse, zijn doen in kleine getallen geen schade. Wanneer er te veel aanwezig zijn, kan dit nadelige gevolgen hebben voor de gezondheid.
Schadelijke bacteriën worden afgeremd door:
1. Olijfbladextract
2. Lactoferrine
3. Quercitine
4. KSM, PSK of Reishi paddestoel extracten.
5. Plantaardige olie: oregano, rozemarijn
6. Curcumen
7. Uva ursi, (active bestanddeel Arbutin) is een remmer van bacteriën: Citobacter, Clostridia, Escherichia, Klebsiella, Proteus, Pseudomonas.
8. Aloë vera ( in vloeistof moet gestabiliseerd zijn of poeder)
9. Inuline. Plantaardige voedingsvezels stimuleren de groei van de darmflora. Aardperen bevatten inuline, een oligofructose-saccharide en een zg. prebiotica.
10. Tanninezuur, knoflook.
11. Doorbloeding en Beweging: Gingko en OPC voor de doorbloeding.
D. Bacteroïden
Bacteroïden worden standaard vermeld op het uitslagenformulier. In de dikke darm vormen ze de grootste bacteriëngroep; het zijn obligaat-anaërobe bacteriën. Gunstig is dat zij onverteerbare vezels omzetten in korteketenvetzuren, die het slijmvlies van de dikke darm voeden.
Bacteroïdes produceren het enzym bèta-glucuronidase. Dit enzym onthecht stoffen die door binding aan gal onschadelijk waren gemaakt. Wanneer het enzym bèta-glucuronidase toeneemt, komen er opnieuw toxische stoffen vrij in de darm en neemt de kans op darmkanker toe.
Bepaalde bacteroïden vormen fecapentaenen die sterk kankerverwekkend zijn, doordat zij het DNA van de darmcel kunnen aantasten (2). Het enzym cyclo-oxygenase 2 (Cox-2), dat in elke cel aanwezig is, bevordert de prostaglandinesynthese en ontstekingsreacties. Cox-2 is in darmtumoren in hoge mate aanwezig (3). Darmkanker vormt in de Westerse wereld een groot probleem en kan voor 90% voorkomen worden door dieetaanpassingen (4).
Calcium bevordert de hechting van de toxische stoffen aan de galzuren. Vezels absorberen de schadelijke fecapentaenen. Curcumen remmen ontstekingsreacties doordat het het Cox-2 remt. Curcumine (gele kleur- en smaakstof), aanwezig in tumeric (geelwortel), verhindert daardoor de vorming van darmkanker.
De meest voorkomende schimmels in de darm zijn Candida organismen, zoals Candida albicans.
Ook de melkschimmel Geotrichum komt vaak voor. (zie artikel Candida)
* Niet iedereen heeft schimmels. Graad I schimmel (minder dan 1000 cellen per gram ontlasting) vormt geen probleem. Wanneer er meer dan 100.000 cellen per gram ontlasting aanwezig zijn spreekt men van een schimmelinfectie.
* De schimmels hangen samen met de afwijkingen van de flora, zoals een gebrek aan bifidobacteriën. Het is van belang om beide tegelijkertijd aan te pakken. Alleen gebruik van schimmelremmende middelen is niet voldoende.
* Schimmel en zetmeel in de ontlasting komen vaak samen voor. Er wordt dan te veel zetmeel gegeten, of soms zeer veel kaas (er zijn dan veel melkschimmels). Vaak ziet men een eenzijdig dieet van veel brood en kaas.
* Vaak denkt men dat men schimmels heeft, maar blijken er schimmelachtige parasieten aanwezig te zijn, de zg. Blastocystis Hominis. (zie parasieten)
Let op!
* Veel mensen hebben helemaal geen Candida. Alleen een ontlastingonderzoek kan aantonen of u schimmels in de darm heeft.
* Energetisch aantonnen van parasieten is niet afdoend!
( U kunt niet op Vega of energetische testen vertrouwen, het laboratorium is veel specifieker, het kan aan geven welke soort schimmel u heeft en hoeveel).
* Veel mensen hebben een secondair een chronische Candida infectie omdat zij besmet zijn met darmparasieten
* Voor het aantonen van parasieten is een degelijk laboratoriumonderzoek nodig bij een psarasitologisch laboratorium
* De parasiet Blastocystis Hominis heeft de eigenschappen van een schimmel, maar
reageert niet op Candida remmende middelen.
Medicatie door middel van allerlei natuurlijke producten:
Aloë vera
Knoflook
Pau d’arco
Rozemarijn olie
Lemongrass olie
Tumeric of curcumencapsules
KSM
Lactoferrine
Colloïdaal zilver
EPA uit visolie
Men hoeft niet altijd supplementen te kopen. Men kan knoflook, tumeric, gember, shii-take paddestoelen en vette vis als voeding gebruiken.
Het blijft zeer leerzaam om de ontlasting te analyseren en ik ben dan ook blij dat wij dit onderzoek tot onze beschikking hebben. Door doelgericht probiotica (gedroogde darmbacteriën in capsule of poedervorm) te gebruiken kunnen wij afwijkingen corrigeren. Naar mijn mening moet verbetering van de darmflora vooral gezocht worden in veranderingen van het voedingspatroon.
Voor meer informatie over het aanvragen van dit onderzoek kunt u terecht bij
Saskia van As.
1. Brigidi P., Vitali B., Swennen E., Bazzocchi G., Matteuzzi D., Effects of
probiotic administration upon the composition and enzymatic activity of
human fecal microbiota in patients with irritable bowel syndrome or
functional diarrhea, Res. Microbiol. 2001 Oct;152(8):735-41.
2. Kok T.M. de, Iersel M.L. van, Hoor F. ten, Kleinjans J.C., In vitro study
on the effects of fecal composition on fecapentaene kinetics in the large
bowel, Mutat. Res. 1993 Jun;302(2):103-8. Department of Health Risk Analysis
and Toxicology, University of Limburg, Maastricht.
3. Plummer S.M., Holloway K.A., Manson M.M., Munks R.J., Kaptein A., Farrow
S., Howells L., Inhibition of cyclo-oxygenase 2 expression in colon cells by the
chemopreventive agent curcumin involves inhibition of NF-kappaB activation
via the NIK/IKK signalling complex, Oncogene 1999 Oct 28;18(44):6013-20.
4. O'Keefe S.J., Kidd M., Espitalier-Noel G., Owira P., Rarity of colon cancer in
Africans is associated with low animal product consumption, not fiber, Am. J.
Gastroenterol. 1999 May, 94(5):1373-80.